Vrijwilligersvergoeding

De vrijwilligersvergoeding (ook wel bekend als vrijwilligersregeling) is geen vergoeding voor het doen van vrijwilligerswerk. Het is een vergoeding van alle door de vrijwilliger gemaakte onkosten in verband met zijn vrijwilligerswerk, dus inclusief bijvoorbeeld reiskosten en vergoedingen in natura. Om in aanmerking te komen voor deze regeling mogen de maximale bedragen van  €5 per uur, €170 per maand en €1.700 per jaar niet worden overschreden.

Zolang deze bedragen niet worden overschreden, hoeven zowel vrijwilligersorganisatie als vrijwilliger deze onkosten niet aan te tonen. Zij hoeven hiervoor geen administratie bij te houden, dus geen bonnetjes of urenadministratie, en de ontvangen bedragen hoeven zij ook niet door te geven aan de Belastingdienst.

Je kunt in aanmerking komen voor de vrijwilligersvergoeding als:

  • Zowel de maximale vergoeding van €170,- per maand als die van  €1.700,- per jaar mogen niet worden overschreden.

  • Het gaat om arbeid dat niet bij wijze van beroep verricht wordt voor een algemeen nut beogende instelling, een sportorganisatie of een organisatie die niet aan de vennootschapsbelasting is onderworpen of daarvan is vrijgesteld.

  1. Is het totaal aan vergoedingen aan de vrijwilliger hoger dan een van de maximale normbedragen, dan zijn zowel de organisatie als de vrijwilliger verplicht daarvan aangifte te doen. Via het IB 47 formulier kan de vereniging in één keer achteraf van alle vrijwilligers de ontvangen vergoeding opgeven aan de Belastingdienst. Als een van de maximale normbedragen wordt overschreden en niet kan worden aangetoond dat de vrijwilliger dit gehele bedrag in het kader van voor  vrijwilligerswerk gemaakte onkosten heeft uitgegeven, is men over het gehele bedrag belasting verschuldigd.

  2.  Je kunt er voor kiezen om in plaats van de vrijwilligersvergoeding  de daadwerkelijk en aantoonbaar gemaakte onkosten te vergoeden. Hiervoor geldt geen maximum. Deze keuze geldt echter voor het gehele fiscale jaar. Je kunt niet halverwege  het jaar van keuze veranderen. Zodra een van beide maxima (€170 per maand, €1.700 per jaar)  overschreden wordt, moet organisatie zowel als vrijwilliger aangifte doen (zie punt 1) Om te voorkomen dat over de onkostenvergoeding belasting betaald wordt, moeten alle onkosten aantoonbaar gemaakt zijn met behulp van administratieve bewijzen (bonnetjes etc.).

Reiskosten

Zoals in de inleiding al aangegeven, de vrijwilligersregeling is een vergoeding van alle gemaakte onkosten, dus inclusief reiskosten en vergoedingen in natura. Ook maakt het niet uit of je deze onkosten bij verschillende organisaties hebt gemaakt. Zodra het totaal aan vergoedingen een van de maximale bedragen van €170 per maand en €1.700 per jaar overschrijdt, is de vrijwilligersregeling niet meer van toepassing, dat heeft consequenties.

Wie betaalt de vergoeding?

De vrijwilligersorganisatie waar de vrijwilliger werkzaam is, betaalt de vrijwilligersvergoeding of een andere onkostenvergoeding. De organisatie is echter niet verplicht om een vergoeding te betalen. Als alternatief kan een organisatie de mogelijkheid bieden de vergoeding aftrekbaar te maken. De vrijwilliger heeft dan ook geen recht op een vergoeding. Wel vinden veel vrijwilligersorganisaties het principieel wel zo netjes als de vrijwilligers zelf geen kosten voor het vrijwilligerswerk hoeven te maken.  

Aftrekken als gift

De mogelijkheid bestaat als vrijwilliger de onkostenvergoeding als gift op te voeren en zo aftrekbaar te maken voor de belasting. De organisatie dient daarvoor een verklaring op naam op te stellen waarin zij aangeven dat zij het declarabele bedrag van de vrijwilliger (of de maximale maand/ jaar vergoeding) als gift aanmerken. Met deze verklaring komt de gift in aanmerking voor de giftenaantrek in de aangifte inkomstenbelasting mits de organisatie een door de Belastingdienst erkende ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling)of SBBI (Sociaal Belang Behartigende Instelling) is.

Uitkeringsgerechtigden

In principe mogen uitkeringsgerechtigden hetzelfde ontvangen als andere vrijwilligers, behalve mensen jonger dan 27 die een bijstandsuitkering ontvangen. Zij zijn in de Participatiewet uitgezonderd en het is verstandig dat zij bij de Sociale Dienst controleren of zij echt de regels volgen. Ook is het mogelijk dat de uitkeringsinstanties aanvullende eisen stelt, bijvoorbeeld een meldingsplicht. Het is daarom altijd verstandig om bij de uitkeringsinstantie te informeren naar de regels rondom de uitkering en het doen van vrijwilligerswerk.